Het Nederlands en de andere talen: samen op school

Hoe doe je dat? Wat levert het op?

Taalvaardigheid

Wat levert het op? Het levert taalvaardigheid op! Taalvaardigheid in het Nederlands én taalvaardigheid in andere talen.

Omdat we al eeuwenlang ervaringen opdoen met het leren van de moedertaal, de thuistaal, en daarna een tweede, derde, vierde nieuwe taal – op school, of al veel eerder, of juist op latere leeftijd -, weten we heel erg goed wat nodig is om taalverwerving succesvol te maken, en om de taalvaardigheid op niveau te houden of te blijven versterken: aanbod, uitdaging en erkenning.

Aanbod, input, daar begint het mee: heel veel taalaanbod, rijk en gedifferentieerd, waarbij alle taalvaardigheden – van luisteren en spreken tot lezen en schrijven – door thuis, de naaste omgeving, en door school en erbuiten, worden aangereikt.

Uitdaging hoort er bij: praat, lees en kijk samen met baby’s, peuters, pubers, om ze uit te dagen mee te doen, hun zegje te doen, bij te dragen aan de conversatie. Interactie, gesprekken voeren, visies ontwikkelen, verhalen schrijven, geprikkeld worden om jezelf te uiten, dat heeft elk mens nodig, een ieder op zijn eigen niveau, en net wat meer.

Erkenning is de brandstof: gehoord worden, reacties krijgen van blijdschap óf boosheid, complimenten geven, feedback met inhoud waar je wat aan hebt, erkenning van dat wat je al weet, bewondering over dat wat de leerling kan, dat is de brandstof die de taalvaardigheid laat groeien en bloeien.

Aanbod, uitdaging en erkenning, het zijn de drie elementen die door onze elf jonge informanten direct of indirect worden benoemd als het gaat om hun talenkennis, de kennis van het Nederlands en de kennis van het Papiaments, Engels, Arabisch, Pools, Italiaans, Chinees, Spaans en schooltalen Duits en Frans. Deze jongeren zijn het bewijs dat meer talen spreken niet ten koste gaat van de Nederlandse taal – sterker, dat meer talen spreken hun taalbewustzijn groter maakt en hun maatschappelijke betrokkenheid versterkt.

Scholen, stimuleer anderstalige leerlingen hun hele talenrepertoire in te zetten bij het leren, bij het leren van het Nederlands, bij het leren van andere vakken.

Gestructureerd aan translanguaging doen is de meest effectieve aanpak: de taalvaardigheid, de motivatie, de betrokkenheid en de algemene leerprestaties van de leerlingen nemen steeds meer toe.

Een nieuwe taal leren doe je met de kennis van je eerste taal: je leert het Engels of het Spaans met behulp van het Nederlands, je ontcijfert het Grieks met behulp van het Nederlands, en zo doen anderstaligen het ook, met behulp van hun eerste taal.

Voor Nederlandstalige leerlingen, net als voor Limburgstalige of West-Vlaamstalige, en net als voor sprekers van het Sranantongo, Papiaments, of van het Twi, Turks of Berbers, voor álle taalleerders geldt dat de verwerving van de eerste taal grotendeels onbewust plaatsvindt, door nabootsing, maar vooral door inzet van het brein dat regelmaat ontdekt: naar analogie van waargenomen woorden en zinnen ontstaat taal. Peuters, kleuters, tieners, wijzelf, we herhalen wat we hebben gehoord, en we maken eigen, unieke zinnen, niet eerder gezegd, niet eerder zó uitgesproken.

Het spraakorgaan – de stembanden, de tong, tanden en gehemelte, alles bij elkaar, met flink wat lucht erbij – dit spraakorgaan produceert reeksen van klanken. En de gebaren in gebarentaal zijn de klanken in gesproken taal. Het brein herkent er woorden en zinnen in, met boodschappen, verwijzingen, bedoelingen. Dit heet taalcompetentie*, het menselijke vermogen om taal te leren, te gebruiken. Deze wonderbaarlijke capaciteit groeit al in de baarmoeder, en wordt in de eerste jaren na de geboorte volop geactiveerd. Later, bij het leren van nieuwe talen, worden we ons vaak pas bewust van de kenmerken van die eerst verworven taal.

*Taalcompetentie en taalcompetent zijn verwijzen naar verschillende zaken. Een individu is taalcompetent wanneer het in staat is taal in al zijn vormen goed en adequaat te gebruiken. Zie het document van de Taalunie: Iedereen taalcompetent.

Ga naar de Taaltrotters film, en bekijk hem in zijn geheel met jouw leerlingen. Hij duurt ruim 40 minuten. Het fragment met de klinkers in de mond van Mercé start bij 9.49’. En kijk onder Lesmateriaal voor het Taaltrotterspaspoort en andere producten van Taaltrotters.

Hoe taalvaardiger in de eerste taal, hoe makkelijker een tweede, derde, vierde taal wordt geleerd. Hoe groter de woordenschat in de eerste taal, hoe makkelijker een nieuwe taal wordt onthouden en verinnerlijkt. Benoem daarom de eerste taal bij het NT2 onderwijs, bij het leren van het Nederlands.

Ga na hoe jij zelf door de jaren heen jouw talen hebt verworven. Maak een schets van jouw eigen taalverhaal.

Geletterdheid

In de basisschool, vanaf de kleuterbouw, en volop in de onderbouw, draait het om het leren lezen en schrijven, om beginnende geletterdheid. En bij oudere nieuwkomers speelt het ook: het leren lezen en schrijven in het Nederlands. Het werkt goed als je daar alle talenkennis van de leerlingen bij betrekt.

Wat alle leerlingen al doen, is praten, in de ene of de andere taal. Aan woorden die zij zelf zeggen, aan de klanken / fonemen, worden letters gekoppeld, grafemen: de klank-tekenkoppeling. En doe dit NIET alleen met het Nederlands, maar laat de klanken uit alle talen komen, uit de talen die de leerlingen spreken. Zij hebben een geoefend oor daarin, en vaak ook een stevige mening over de uitspraak.

In SJOES gaat dit met woorden voor schoen, schoen in allerlei talen:

schoen, shoe, Schuh, chaussure, scarpa, zapato, ayakkabI

Door samen met de leerlingen te luisteren naar de uitspraak van de woorden, en door met elkaar de klanken op te schrijven ontstaan betrokkenheid en inzicht. Klinkt ‘schoen’ als sgoen of sxoon of sgun? Klinkt ‘chaussure’ als sjoosuur of sjosür? Ga naar Lesmateriaal voor informatie over SJOES (2018).

Dat we het anders opschrijven, dat de spellingsregels zeggen dat het schoen, shoe, Schuh en chaussure is, dat geeft in één klap het inzicht dat spelling een verzameling conventies is, regels die door mensen zijn gemaakt, en die we braaf op school leren volgen.

Leren lezen en schrijven in het Nederlands gaat sneller als deze taalvaardigheden ook in de thuistaal worden geleerd, en het gaat nog sneller als de processen in de twee talen samenkomen.

En ook al verstaan we van de meeste talen geen ene klap, toch delen de talen op de wereld heel veel met elkaar. Alle talen hebben zelfstandige naamwoorden, bijvoeglijke naamwoorden, alle talen hebben werkwoorden, kunnen acties uitdrukken, tijd, ruimte en bezit. In alle talen bestaat enkelvoud-meervoud, maar niet per se door -en of -s ergens achter te plakken. In alle talen wordt geteld, van 1-2-meer, worden vragen gesteld, bevelen gegeven, ‘nee’ en ‘niet’ gezegd. In alle talen bestaan koosnaampjes en scheldwoorden, worden stemmingen en manieren uitgedrukt, van informeel tot streng en ingetogen.

In sommige talen zijn woorden heel lang, in andere talen juist kort, één- of tweelettergrepig. Het Pools, Turks en Latijn hebben veel lange woorden, het Engels en het Chinees juist veel korte woorden. De eerste groep kent een rijk systeem van naamvallen, de andere juist niet. Het Nederlands en het Duits zitten er ergens tussenin, het Nederlands wat meer naar het Engels, het Duits wat meer naar het Pools.

Probeer op school, in de klas, de grammaticale overeenkomsten zichtbaar te maken. En probeer met elkaar te begrijpen waar de verschillen optreden.
Laat de leerlingen de informanten zijn, de bronnen waar de kennis zit.

Dit is meertalige scaffolding, in de steigers zetten, kennis stutten, de cognitieve ontwikkeling ondersteunen vanuit allerlei talen.

 

Grammatica

Wat zijn naamvallen eigenlijk? Wat hebben trillende stembanden met d’s en t’s te maken? Ga voor korte en overzichtelijke beschrijvingen van taalkenmerken naar de gloednieuwe Algemene Nederlandse Spraakkunst.

En om snel kennis te nemen van grammaticale kenmerken van wel 60 talen, uitgelegd in het Nederlands, is de website van Petra Bos aan de Vrije Universiteit van immense waarde. Ga hier naar het gedeelte voor leerkrachten. En dit zijn de talen: Afrikaans, Amhaars, Arabisch (Egyptisch), Arabisch (Marokkaans), Bangla, Berbers (Rif), Birmees, Bosnisch, Chinees (Kantonees), Chinees (Mandarijn), Dari, Deens, Duits, Engels, Ests, Fins, Frans, Fries, (Nederlandse) Gebarentaal, Grieks, Hindi, Hindoestaans, Hongaars, Iers (Gaelic), Indonesisch, Italiaans, Ivriet, Japans, Khmer, Koerdisch (Kurmanci), Koreaans, Litouws, Macedonisch, Mandingo/Mandinka, Maninka/Malinke, Maleis, Noors, Oekraïens, Papiaments, Pools, Portugees, Punjabi, Roemeens, Romani, Russisch, Servisch, Singalees, Somalisch, Spaans, Sranan Tongo, Swahili, Tamil, Tigrinya, Tsjechisch, Turks, Urdu, Vietnamees, IJslands, Zoeloe en Zweeds. Ook is er een pagina over dialecten in het Nederlands.

Download Taalvaardigheid

Contact

Hulp krijgen bij het implementeren van Het Nederlands en de andere talen: samen op school is mogelijk. Haal taalkundigen, taalkundige kennis de school binnen, of specifieke taalexperts. De meeste universiteiten en hogescholen in Nederland hebben afdelingen die deze expertise kunnen leveren. Daarnaast hebben de meeste bureaus voor onderwijsondersteuning taalkundige experts in huis. Een lezing, training en advies kunnen worden gegeven, maar er zijn ook (jonge) taalkundigen gespecialiseerd in meertaligheid die kunnen assisteren bij het onderwijs. Stichting Taal naar Keuze verwijst door. Zie onze pagina Netwerk & Publicaties of stuur een bericht.